Start

Op zoek naar een nieuw duurzaam partnerschap tussen suikerfabrikanten en bietenplanters...

door Peter Haegeman, Secretaris-generaal CBB

 

Iedereen is het erover eens dat de bietencampagne 2017/2018 -de eerste in het postquotumtijdperk- uitzonderlijk was, zowel in termen van duur, bietenopbrengst als geproduceerde suikerhoeveelheid. Bovendien verliep de campagne zonder grote incidenten. Ook op het vlak van logistiek en receptie werd zeer fraai werk geleverd. Suikerfabrikanten en bietentelers kunnen trots zijn dat zij deze operatie van formaat eens te meer samen tot een goed eind hebben gebracht.

Hier eindigt helaas het goede nieuws.

De “overproductie” van bieten, te wijten enerzijds aan de vraag van de fabrikanten om meer bieten in te zaaien en anderzijds aan Moeder Natuur (hoog rendement en suikergehalte), evenals de liberalisering van de suikermarkt zonder begeleidende maatregelen, laten zich volop voelen.

Daarom is de teleurstelling groot nu de bietenplanters de economische en financiële balans opmaken van de voorbije campagne. Dit geldt vooral voor de planters die leveren aan de Tiense Suikerraffinaderij. Op basis van de (voorlopige) SZ4-prijs, of de gemiddelde suikerverkoopprijs van de dochterondernemingen van Südzucker in Duitsland, België, Frankrijk en Polen, zoals voorzien in de contracten, zou de nettoprijs voor de bieten van de voorbije campagne zich situeren rond 25 euro per ton bieten aan 18,07°Z voor het basiscontract.

Met dergelijke prijs zal de landbouwer nauwelijks zijn kosten kunnen dekken en dan nog moet hij minstens het gemiddelde rendement van de fabriek (96 ton bieten per hectare) gehaald hebben. Dit volstaat niet, als men weet dat de gemiddelde kostprijs per hectare schommelt rond 2.360 euro en men rekening houdt met het feit dat gemiddelde opbrengst aldus 2.371 euro per hectare zal bedragen. Er zou dus maar 11 euro per hectare overblijven om het werk van de planter te vergoeden...

Vandaar het belang van het prijssupplement dat moet besproken worden met TS op het einde van het seizoen. Dit supplement, dat minstens gelijk moet zijn aan 6 euro, zal mee bepalen of de desbetreffende landbouwers zullen doorgaan met de bietenteelt tijdens de komende jaren. Dit geldt vooral voor het basiscontract, als een garantie voor zowel de fabrikant dat hij wordt bevoorraad met bieten (zeker als de rendabiliteit van de teelt laag is), als voor de planter die afzetmogelijkheden vindt (wanneer de rotatiemogelijkheden beperkt zijn). De bietenplanters verwachten dus niets minder dan een voorstel dat hen een correcte compensatie biedt voor de risico's die zij nemen en een fatsoenlijk inkomen voor hun arbeid. Hun bekwaamheid, net zoals de industriële knowhow, laat toe het voortbestaan van de Biet-Suikerfilière te garanderen.

Deze duurzaamheidsuitdaging stelt zich nog meer, en op een structurele manier, gezien de huidige suikerverordening en de nieuwe context van een contractuele markt, de planters een groot deel van hun historische wapens ontneemt.

Zeker, de recente Omnibusverordening biedt de industriëlen en de planters diverse instrumenten om de nieuwe uitdagingen aan te pakken. Het merendeel van deze instrumenten zijn van facultatieve aard en dus niet bindend. Om ervan effectief gebruik te maken, is een echte bereidheid nodig en een visie op langere termijn van alle partijen om de verordening toe te passen en ze operationeel te maken. Dit veronderstelt een gelijkwaardig en dus duurzaam partnerschap tussen landbouwers en industriëlen. Het is mogelijk en zelfs noodzakelijk gezien de essentiële rol van elke partij in de productie van suiker: geen planters, geen bieten, geen suiker; het omgekeerde is ook waar: geen fabriek, geen suiker, geen bieten.

 

Klik hier om de laatste editie van De Bietplanter te raadplegen.

Persbericht CBB ivm neonicotinoïden.

 

Leden